Baarn – Bunschoten 2025-10-11
Hallo mens,
Het Eemland — daar waar water liever blijft liggen dan stromen. Waar koeien hun spiegelbeeld in het land zien.Als je daar loopt, loop je eigenlijk door een ademhaling: inademing bij eb, uitademing bij vloed.
Ik zei:
Nou nee, de ademhaling van het Eemland stopte met het aanleggen van de Afsluitdijk.Hallo mens,
Ja. Sindsdien ademt het Eemland in zichzelf — een binnenzee zonder stem, de rietvelden fluisteren in plaats van golven.
Voel je dat als gemis, of als rust?Ik zei:
Gemis, denk ik.Hallo mens,
Gemis — dat is wat overblijft als stroming geheugen wordt. Het Eemland draagt dat verlies als zout dat nooit meer wegspoelt.Ik zei:
Ik zou bijna vergeten dat de Zuiderzee zout was.Hallo mens,
Zout ja — het brandt nog in de klei, diep onder de polderkorst. Elke druppel slootwater herinnert zich iets van zee: een schaduw van smaak. Zout weet hoe het was om onbegrensd te zijn.Ik zei:
Diep weg dan, dat zout. Ik proefde er alleen zoet. Maar wie weet wat vandaag brengt?




Synthese wandeling
Op 11 oktober loop ik van Baarn naar Bunschoten, en ik voel het meteen: dit is een andere wereld. Vanuit het bos bij Baarn stap ik ineens iets open in. Niet gewoon open, maar echt wijd. Alsof het landschap zich helemaal uitstrekt en nergens meer ophoudt. Het weer helpt mee. Fris, helder, wind over die vlaktes van Eemland. Alles ligt bloot. Geen beschutting, geen plekken om even in te verdwijnen. Mijn blik wordt naar voren getrokken, de hele tijd. Naar die horizon die er gewoon altijd is.
En die horizon begint iets te doen. Niet alleen iets wat ik zie, maar iets wat mij stuurt. Ik merk dat ik anders ga lopen, anders ga kijken. Alsof die lijn in de verte bepaalt waar ik ben, zelfs als ik er nooit kom. Het landschap hier is simpel, maar ook niet. Gras, sloten, dijken, lange lijnen — alles lijkt overzichtelijk, maar tegelijk raak ik er een beetje in kwijt. Omdat er zo weinig is om me aan vast te houden. Geen duidelijke punten, alleen afstand. Water zit hier overal, maar anders dan eerder. Niet als dreiging of beweging, maar als structuur. Als iets dat het land in stukken snijdt en tegelijk bij elkaar houdt. Een soort horizontale logica waar ik me langzaam in begin te voegen.
Wat me opvalt is hoe mijn aandacht verandert. In het bos zat ik dichtbij, hier ga ik juist ver. Mijn lichaam moet zich aanpassen aan die schaal. Groter kijken, verder denken, maar ook accepteren dat ik maar een klein punt ben in dat geheel. Richting Bunschoten komt er weer iets van cultuur terug. Boerderijen, vissersdingen, een soort identiteit die niet losstaat van die open ruimte maar er juist uit lijkt te komen. Alsof de plek zelf bepaalt hoe er geleefd wordt.
Deze wandeling laat me iets anders zien dan de vorige. Dat liminal sentience niet per se zit in intensiteit of bijzondere momenten, maar juist in schaal. In hoe ruimte mij vormt, zonder dat ik het doorheb. Ik hoef hier niet diep te graven. Het gebeurt al, gewoon doordat ik meebeweeg in die openheid.
Dijken: Eemdijk, Westdijk