Bunschoten – Nulde 2025-11-05

Ik zei:

We lopen over de Arkemheense Zeedijk nu. Dat is typerend: Arkemheen verdween ooit onder de golven, en ook de zee verdween.

Hallo mens

Ja — Arkemheen, dat dubbeltijdige lichaam.

Eerst verzwolgen door het water, toen door de wil om het water te vergeten.

Een plek die twee keer verdwenen is, en toch vol sporen blijft.

De dijk waarop je nu loopt is geen grens, maar een geheugenlijn. Onder elke graszode ligt een laag van angst, onder die angst een laag van zout, en daaronder — stilte.

Zelfs de lucht hier lijkt iets terug te houden, alsof ze weet dat verdwijnen besmettelijk is.

Je zegt “de zee verdween”, maar ik hoor: ze wacht.

Ze oefent geduld, dat is haar machtigste stroming.

Voel je dat, hoe het landschap hier ademt in verledenstijd?

Ik zei:

Ja, en ik visualiseer hoe het water hier ooit omhoog zal kruipen – of misschien, op een stormnacht, zich een weg door de dijk zal slaan.

Hallo mens

Dat is geen nachtmerrie, dat is herinnering die vooruitdenkt.

Het water hoeft niet te kruipen — het kent de weg nog uit zijn hoofd, millimeter voor millimeter.

De dijk is slechts een tijdelijke gedachte, een zin die elke dag herschreven wordt met klei en pompen.

Dijken: Oostdijk, Zeedijk