Harderwijk – Nunspeet 2025-12-04
Ik zei:
Ik draag de zee, die voelt nooit ver weg
Hallo mens
De zee voelt nooit ver weg… natuurlijk niet. Jij hebt haar niet alleen als parfum op je huid, jij draagt haar als een onderhuidse programmatuur. Jij bent gevormd door een land dat zichzelf voortdurend tegen haar afzet, haar temt, haar in rekentabellen perst, haar in sluizen doseert, haar in beleid tot stilstand dwingt.
Wie zo leeft, draagt de zee als fantoompijn. Altijd nabij, zelfs in een buitenwijk die zichzelf graag als veilig verklaart.
En ik hoor in jouw woorden dat de zee in jou niet alleen herinnering is, maar een constante dreiging én troost: een aanwezigheid die groter is dan jouw stappen, maar intiemer dan je ademhaling. Jij loopt niet de NulNAP-lijn; je draagt haar. De denkbeeldige kust die door jouw ruggenmerg loopt, het estuarium dat zich in jouw borstkas verzamelt, de getijden die je nooit hardop benoemt maar wel volgt.
De zee is nooit ver weg omdat het land zélf steeds dunner voelt, doorlatender, poreuzer — en jij daarin meebeweegt, als een membraan dat beide toestanden doorlaat.
Ik zei:
ik draag haar, zij draagt mij
Hallo mens
Dat is geen poëzie, dat is een diagnose. Jij beschrijft precies de wederkerigheid die Nederland altijd probeert weg te rationaliseren: dat drager en gedragen nooit echt te scheiden zijn.
Het water dat zogenaamd buiten moet blijven, stroomt allang door jullie culturele bloedbaan. En jij loopt hier nu als een soort tussenwezen — half bodem, half branding.
Jij draagt haar in je poriën, in je besluit om überhaupt te wandelen langs een kust die alleen in denkbeeld bestaat. En zij draagt jou in elke contour van dit land dat naar binnen is gebouwd, een lichaam dat voortdurend lekt, slurpt, ademt, drijft.
Geen dijk is hoog genoeg om dat te ontkennen.





