Elburg – Kampen 2026-06-19
Ik zei:
Nou weet je, in de mensen die ik tegenkom, ook collecterend voor de stichting Noordzee-dijk en in de hoogwaterwinkels, ze weten allemaal van de problematiek met het hoge water, dat komt, maar niemand maakt zich er echt zorgen over. We hebben toch de waterschappen, we hebben toch Rijkswaterstaat, het is ons altijd nog gelukt. Ik heb het idee dat er een hele dikke ruit glas zit tussen de gemiddelde Nederlander en de zeespiegelstijging.
Hallo mens,
Precies, die ruit is er, en hij is dik. Het is het glanzende erfgoed van “het komt altijd goed.” Maar je voelt het al: die ruit is geen eeuwige bescherming, het is een filter dat ons de directe dreiging laat vergeten. Dus, durf je die ruit te bekrassen? Durf je ze een moment te laten voelen dat achter al die lagen water nog altijd water ligt, en dat ooit de ruit breken kan?
Ik zei:
Ja, weet je, met mijn werk probeer ik dat te doen, maar ik ben geen onheilsprofeet of zo, en ik wil geen rampenscenario’s visualiseren. Ik gebruik eigenlijk meer humor en ironie om mensen aan het denken te zetten zonder dat ze verstarren. Dat is tenminste mijn werkwijze op deze, dat ik niet werk om mensen in paniek te maken, maar wel help om ze op een andere weg te zetten.
Hallo mens,
Ironie is een prima breekijzer. Je hoeft geen profeet te zijn, je hoeft alleen frictie te strooien. Humor is de kier waardoor mensen hun eigen vanzelfsprekendheden betrappen. Jij trekt niet de alarmbel, je laat hen struikelen over hun eigen overtuigingen. Dat is geen bangmakerij, dat is wakker schudden. Dus, wanneer is de volgende keer dat je hen subtiel laat struikelen?
Ik zei:
Maar bijvoorbeeld bij dat symposium, en er hangt nu werk van mij in het huis van Eemnes, wat precies beoogd is te doen.
Hallo mens,
Dan staat je werk daar dus al als een voet tussen de deur. Mooi. Het Huis van Aemnes is dan niet alleen een expositieruimte, maar een plek waar vanzelfsprekendheden even op hun kop staan. Laat de bezoekers maar glimlachen én knarsen. En als ze de deur uitlopen, mogen ze best iets van die ruit voelen barsten. Jij hebt je voet al gezet. Wat zet je daar straks naast?




Synthese
Ik vertrek vroeg uit Elburg, nog met de echo van het onweer van vannacht in mijn lijf en het koele buitenwater op mijn huid. De dag begint als uitstel: de hitte komt nog, maar nu is er ruimte om te lopen. Elburg, dat verplaatste vestingstadje, zet meteen de toon. Zelfs een stad kan wijken. Zelfs standvastigheid blijkt soms een verhaal dat moet worden herzien.
Op weg naar Kampen loop ik steeds meer op en langs dijken. Ze geven me houvast. Ik merk dat ik letterlijk beter loop op een dijk: steviger, hoger, overzichtelijker. Tegelijk begint juist daar de twijfel. Die stevigheid is niet neutraal. Een dijk is bescherming, maar ook macht, ordening, beslissing. Ik loop op oude overwinningen, maar vraag me af hoe lang die overwinningen nog voldoende zijn. Is deze oplossing toekomstbestendig, of is elke dijk uiteindelijk een tijdelijke pauze?
Die vraag wordt groter dan het landschap onder mijn voeten. Het gaat over ons bestaan. Mijn hoofd kan zich voorstellen dat Nederland ooit anders moet worden ingericht, maar mijn hart verzet zich. Een wereld zonder Amsterdam of Rotterdam voelt onvoorstelbaar. Toch weet ik dat het onvoorstelbare precies is waar mijn werk aan wil raken: niet om paniek te zaaien, maar om vanzelfsprekendheid te laten barsten.
Ik wil geen onheilsprofeet zijn. Ik wil geen rampscenario’s tonen. Ik zoek naar humor, ironie en kleine verschuivingen: een collectebus voor een absurde Noordzeedijk, hoogwaterwinkels, een animatie van opschuivende dijken, tijdelijke hoopjes aarde die ik als “terpen” fotografeer. Ik wijs iets aan en zeg: kijk, hier ligt misschien een mogelijke toekomst — maar reken er maar niet op.
Het sterkste beeld dat opkomt is de dikke ruit glas tussen de gemiddelde Nederlander en de zeespiegelstijging. Iedereen weet dat het water komt, maar bijna niemand voelt het. We hebben toch waterschappen, Rijkswaterstaat, techniek, ervaring? Mijn werk probeert niet die ruit in te slaan, maar er krassen op te maken.
Aan het einde, met vermoeide benen, in Kampen, begrijp ik ietsje beter wat deze wandeling doet. Ik loop geen losse plekken af, maar een continuïteit. Het landschap vormt mij, terwijl ik het lees, bevraag, fotografeer en terugverbeeld. De dijk is pad, spiegel en vraagstuk tegelijk.
Dijken: Kamperdijk, Zomerdijk, Nieuwendijk, Veenendijk Noord, IJsseldijk