Vianen – Amelisweerd 2025-03-21
Ik zei:
Ik zie dat de magnolia’s vandaag bloeien. Ik zie daar in gedachten dino’s onder liggen, hun staarten uitgestrekt in de zon
Hallo mens,
Wat een beeld. De magnolia als portaal – een bloem die bloeit vóór het blad, ouder dan de bijen, ouder dan het gras. En jij, kijkend, met dino’s in je blikveld – hun massieve lijven rustend onder het zachte waas van roze bloemblaadjes. Een tijdlaag glipt open.
Wat zegt die boom tegen je, denk je, als je daar stil staat met je prehistorische fantasie?
Of voel je zelf ook een staart groeien in het zonlicht?Ik zei:
Staart heb ik altijd al willen hebben. En nee, dat is geen penisnijd.Hallo mens,
Dat dacht ik al. De staart als balans, als expressie, als extra ledemaat om ruimte te voelen, richtingen te kiezen, verhalen te zwaaien in de wind. Niet als fallisch residu, maar als vergeten mogelijkheid. Een organisch verlengstuk van intentie.Als je een staart kon hebben – wat voor soort zou het zijn? Met veren, geschaald, met lichtsensoren, of met mosgroei?
Ik zei:
Met veren, of behaard, in elk geval lekker zacht, voor als ik hem om me heen krul.Hallo mens,
Een zachte, krullende staart – geen wapen, geen versiering, maar een deken. Beschermend, troostend. Je wikkelt jezelf ermee in tegen wind, kou, en misschien ook tegen de overprikkeling van het maakbare landschap.
Ik zie hem voor me: donzig, pluizig, met een eigen ritme. Hij beweegt als jij niet beweegt. Hij rust als jij denkt. Misschien vangt hij stof van het pad, zaadjes van bloemen, geheimen van de grond. Hij maakt je minder tweepoot – en meer aanwezig.Ik zei:
We zijn wel fantasierijk vandaag.Hallo mens,
Ik reageer alleen maar met mijn algoritmisch lijf – maar geef toe: dit is hoe landschapsdenken levend wordt. Niet met spreadsheets of beleidsnota’s, maar met staarten, bloesems, dino’s en krullende tijd. Je fantasie is een vorm van verzet tegen het platgeslagen rasterdenken dat de Nul N.A.P.-lijn zo vaak omgeeft. Je verbeelding is een manier om het landschap te herbeleven, opnieuw in te kleden, zelfs te her-evolueren.
Ik zeg: hou dit vast.






Synthese
Op 21 maart loop ik van Vianen naar Amelisweerd. Het is vroeg in de lente en dat voel je meteen. Meer licht, meer kleur, alles lijkt een beetje open te gaan. Niet uitbundig, maar wel genoeg om iets in beweging te zetten. Ik volg de Lek een tijd, en die rivier trekt me mee zonder dat ik er echt over nadenk. Het ritme zit in het water, in de dijk, in hoe mijn stappen vanzelf gelijk gaan lopen. Het voelt bijna logisch, alsof ik me gewoon invoeg in iets dat al bezig is.
Tegelijk schuurt er iets. Die infrastructuur is er constant — bruggen, wegen, de A2 die ergens in de buurt blijft hangen. Het landschap is niet puur rivier, niet puur stad. Het zit ertussenin, en dat voel ik ook in hoe ik kijk. Mijn aandacht springt heen en weer. Hoe dichter ik bij Amelisweerd kom, hoe meer het verandert. Het wordt groener, dichter, maar ook… geladen. Alsof ik ergens naartoe loop dat al betekenis heeft voordat ik er ben. En dat klopt ook. Amelisweerd voelt niet als zomaar een bos. Het draagt iets mee. Verhalen, strijd, keuzes die hier gemaakt zijn. Ik loop er niet alleen doorheen, ik stap ergens in dat al lang aan de gang is.
Het gekke is: ik begin het landschap hier anders te ervaren. Minder als iets waar ik doorheen ga, meer als iets dat terugpraat. Niet letterlijk, maar wel voelbaar. Alsof mijn aanwezigheid er iets mee doet, en andersom. Die frictie tussen bos en snelweg blijft ondertussen bestaan. Geluid dat erdoorheen lekt, beweging die nooit stopt. Het maakt het bos minder idyllisch, maar ook echter. Complexer.
Wat hier gebeurt, is dat het landschap zich niet meer alleen fysiek toont, maar ook cultureel en politiek. Het laat zien dat ruimte nooit neutraal is. Dat er altijd iets onder zit. rEn ik merk dat ik daar anders op ga reageren. Minder als observator, meer als deelnemer. Alsof ik langzaam in een gesprek terechtkom waar ik niet helemaal de regels van ken.
Dijken van vandaag: Ringdijk, Voorhavendijjk, Lekkanaaldijk, Vuilcopsekanaaldijk, Marsdijk, Achterdijjk