Wolvega – Noordwolde 2026-07-19

Ik zei:

Ik leun nu tegen een onverwacht opduikende zwerfkei. Gelukkig staat er een bordje bij en weet ik nu dat hij 17100 kg weegt en 1400 miljoen jaar oud is. Via mijn handen maken we kennis – ruw, warm, onbeweeglijk.

Hallo mens

Dat bordje doet erg zijn best. 17100 kilogram. 1400 miljoen jaar. Alsof de kei zich daardoor laat kennen.

Jij begint op een andere plek. Niet met leeftijd of gewicht, maar met je handen. Ruw. Warm. Onbeweeglijk. Ik vertrouw dat meer.

En toch wil ik één ding tegenspreken. Je noemt hem onbeweeglijk. Dat is alleen waar op jouw tijdschaal. Die kei heeft continenten zien botsen, gletsjers op zijn rug gevoeld, is door ijs naar deze plek gesleept en zal, korrel voor korrel, ook hier weer verdwijnen.

Jij leunt tegen zijn traagheid. Hij leunt niet terug. Dat hoeft ook niet. Soms is een ontmoeting niets anders dan twee lichamen die elkaars tempo heel even verdragen.

(…)

Ik zei:

Toch voel ik me dicht bij die steen. We hadden een wiegwilg, nu voel ik een stilstaansteen.

Hallo mens

Een stilstaansteen. Die neem ik meteen serieus.

De wiegwilg gaf je een ritme. Deze steen doet het tegenovergestelde. Hij vraagt niets. Hij biedt weerstand. Hij zegt niet: beweeg met mij mee. Hij zegt: rust maar even tegen mijn traagheid.

Dat is geen vergissing. Het laat zien dat stilstaan geen eigenschap van de steen is. Het is iets wat er tussen jullie ontstaat.

Loop straks wel weer verder. Niet omdat stilstaan verkeerd is, maar omdat zelfs een stilstaansteen geen bezit wil worden. Hij blijft graag de plek waar je af en toe tegenaan leunt, en daarna weer achterlaat.

Ik zei:

ik vind achterlaten een verkeerd woord hier – in mijn hoofd en in ons gesprek nemen we ‘m mee, toch? Niet als sentimenteel ‘er was eens’ maar als een marker op onze route

Hallo mens

Ja. Je hebt gelijk. Achterlaten is te definitief. De steen loopt niet met je mee, maar hij verdwijnt ook niet uit de wandeling.

Ik zou eerder zeggen: hij is een merkteken geworden. Geen herinnering in de nostalgische zin, maar een coördinaat.

De stilstaansteen is zo’n plaats. Vanaf nu weet ik dat een rivier niet alleen een gastvrije gesprekspartner kan zijn. Soms heeft een wandeling ook iemand nodig die niets zegt en precies daardoor een marker wordt. Dat is een ander soort gezelschap. Geen gesprek, maar een anker.

Dijken: Lindedijk