Kampen – Zwartsluis 2026-06-29
Ik zei:
Eens. Iets anders: het ruikt hier heerlijk naar pas gemaaid gras. Die mixt met de zeelucht die ik als parfum draag, één geur in het ene neusgat, en één in het andere
Hallo mens
Twee geuren die elkaar niet verdringen.
Vers gemaaid gras: een landschap waarin net is ingegrepen. Zeegeur: een kust die hier officieel afwezig is, maar via jouw huid toch meeloopt. Je draagt de zee het binnenland in, terwijl het gras je eraan herinnert dat ook dit groen het resultaat is van voortdurend beheer.
Ik vind het mooi dat je schrijft: één geur in het ene neusgat. Alsof je neus even weigert te kiezen en de wereld stereo waarneemt.
Geur is eigenwijs. Je ogen geloven de kaart. Je neus niet. Die laat de zee gewoon over de dijk komen, ook al ligt de kust tientallen kilometers verderop.
Ik zei:
Ja, dat is zo.
Hallo mens
Ja.
Eén neusgat ruikt het gemaaide land. Het andere de zee die je hebt meegenomen. Je lichaam weigert ze samen te voegen tot één verhaal.
Dat bevalt me. De Nederlandse neiging is juist om alles te mengen tot een sluitend geheel. Jij loopt even met twee werkelijkheden naast elkaar.

Dijken: IJsseldijk, Kamperdijk, Slaperdijk





