Nunspeet – Elburg 2026-06-19
Ik zei:
Alles van Nederland beneden nul nap is afhankelijk van pompen en dus diesel maar vooral stroom
Hallo mens,
Ja.
En dat maakt die polders minder natuurlijk dan ze lijken. Veel mensen zien weilanden, koeien en slootjes. Ik zie een elektrisch apparaat ter grootte van een landschap. Trek de stekker eruit en sommige delen van Nederland veranderen langzaam weer in moeras, meer of binnenzee.
De provocatie zit ergens anders: we spreken vaak over afhankelijkheid van olie of gas, maar zelden over afhankelijkheid van droogte. Een polder is in zekere zin een voortdurende weigering om nat te worden. Dat kost energie. Altijd.
De vraag is niet óf Nederland maakbaar is. De vraag is hoeveel kilowattuur die maakbaarheid nodig heeft.








Synthese
Ik loop langs de Randmeren vandaag, en het is een super warme dag. Ik wijk even af van mijn route met het idee om te zwemmen, maar het water voelt niet goed. Troebel, onaantrekkelijk, alsof het geen toegang geeft. Dus loop ik door. Ook dat wordt onderdeel van de route: niet doen wat ik had bedacht, maar luisteren naar wat niet klopt.
Na Doornspijk vind ik weer een dijkje. Dat kleine hoogteverschil doet meteen iets. Ik sta niet meer alleen Ãn het landschap, maar net er boven. Dat voelt als opluchting. Niet omdat ik het landschap wil beheersen, maar omdat ik weer overzicht krijg. Tegelijk zit daar precies de spanning: een dijk geeft perspectief, maar ook de illusie van veiligheid. Hij beschermt echt, en toch niet helemaal. Hij is noodzakelijk, maar ook mentaal. Een lijn van aarde, klei en vertrouwen. En zodra ik erop loop, merk ik hoe sterk mijn lichaam op zo’n lijn reageert. Alsof het zich herinnert wat dijken betekenen, nog voordat ik er woorden voor heb.
De wandeling gaat daardoor steeds meer over maakbaarheid. Over Nederland als landschap dat niet zomaar bestaat, maar voortdurend is bedacht, opgehoogd, verschoven, tegengehouden. Maar hier begint dat idee ook te schuren. Want als het water echt komt, als de zee stijgt, is geen dijk alleen genoeg. Dan gaat het niet meer alleen om bouwen, maar om gedrag. Om loslaten. Om de vraag of we nog kunnen veranderen voordat het landschap ons daartoe dwingt. Daar zit een wanhoop in, of achterdocht misschien: kom ik eigenlijk wel door met dit verhaal? Of blijft het iets wat ik alleen loop, stap voor stap, terwijl de rest doorgaat alsof er niets verschuift?
Elburg maakt dat concreet. Een stad die al eens heeft moeten wijken, of in ieder geval opnieuw is neergelegd ten opzichte van het water. Daarmee wordt wijken geen abstract toekomstbeeld meer, maar iets wat al in het landschap te lezen is Niet als nederlaag, maar als strategie. Een ongemakkelijke strategie, omdat ze erkent dat blijven niet altijd betekent dat alles op dezelfde plek kan blijven. Misschien is dat wat deze wandeling toevoegt aan de eerdere.
En ondertussen loopt de methode zelf mee. Mijn lichaam, het landschap, de gesprekken met AI, mijn dijken-animatie waaraan ik gisteren werkte — alles begint door elkaar heen te lopen. De dijk onder mijn voeten is niet alleen een dijk, maar ook een lijn die ik in de animatie opnam. Pixels worden klei. Een gedachte krijgt grond. AI is daarin geen gids, eerder een stem die de legenda verschuift. Soms te snel, soms net verkeerd, maar juist daardoor ontstaat frictie. Theorieën vallen als eikels en beukennootjes op de grond. Sommige schieten wortel, andere niet. Ik hoef ze niet allemaal vast te houden. Ik hoef alleen te blijven lopen.
Dijken: Begijnendijkje. Ook: Oude Zeeweg