Dijken Onder Druk

Ik was gewoon aan het lopen. Langs de lijn waar de Nederlandse kust zou liggen als we niet aan kustverdediging zouden doen. De NulNAP-lijn. Zeventig procent van die route bleek over dijken te lopen.

Zeventig procent.

Ik had dat niet gepland. Ik had ook niet verwacht dat het me iets zou doen. Want een dijk is gewoon een dijk. Of zo dacht ik. Maar na een paar honderd kilometer dijk begon ik anders te kijken. Je loopt boven het maaiveld. Links iets, rechts iets anders. Het landschap ligt aan je voeten als een kaart die zichzelf ontvouwt. En die dijk zelf — die zwijgt, maar hij liegt niet.

Ik begon te beseffen dat ik niet over dijken liep. Ik liep op het skelet van Nederland.

Ergens onderweg raakte ik verliefd op een dataset. Dat klinkt nerdier dan het is. Of misschien precies zo nerd als het is — ik ben tenslotte een nerdy artist. De RCE heeft boek gemaakt; ‘Dijken van Nederland’. Met bijbehorende dataset: het complete netwerk van alle dijken in Nederland, van de grote zeewering tot de kleinste binnendijk. Ik vroeg die dataset op, opende die, en bleef staren.

Het netwerk was veel fijnmaziger dan ik had gedacht. Nederland is niet een land met dijken. Nederland is een dijkenlandschap. Dat is een andere gedachte.

Daarna begon ik animaties te maken. Eerst met rusteloze bouwers, die de dijken naar de NulNAP-lijn verslepen. Daarna kwam deze.

Ik wilde weten wat er zou gebeuren als de zee het land terugneemt — niet als overstroming, maar als een trage, gestage druk. In de animatie Dijken onder druk schuiven de dijken voor een oprukkend zeefront uit, het land in, naar de Duitse grens. Ze verdwijnen niet. Ze gaan niet kapot. Ze worden opzijgedrukt. De zee zelf is onzichtbaar. Maar zij bepaalt alles.

De dijken worden naar het oosten gedrongen. Nederland, het land dat het water altijd heeft beheerst, gaat hier op de loop naar zijn eigen grens. Dat beeld is harder — en dreigender — dan ik had verwacht. Ik dacht dat ik een animatie maakte met een mooie dataset. Maar ergens in het maken werd het een vraag: hoe lang nog?

Die vraag stel ik niet als alarmist. Ik stel haar als iemand die te voet langs de NulNAP-lijn loopt en weet hoe dun de ruggengraat van Nederland is. En hoe mooi, trouwens.