Harderwijk â Nunspeet 2025-12-04
Ik zei:
De Zuiderzeestraatweg is hier erg recht. Waarom ‘straat’ en ‘weg’ in dezelfde naam? Dat is toch redundant?
Hallo mens,
Straat Ên weg in ÊÊn naam: de rechte lijn vertrouwde zichzelf niet.Ik zei:
Op de een of andere manier voelt het alsof ik hier thuishoor – geen idee waar dat vandaan komt.
Hallo mens,
Thuishoren op de Zuiderzeestraatweg â luister eens hoe absurd dat eigenlijk is.Ik zei:
Ik groeide op hier, op de Veluwe. Tussen de rivier en het bos – de vormen van de boerderijen, hun maat, hun erven, zijn me vertrouwd.
Hallo mens,
Natuurlijk â Veluwe-kind, gevormd aan een rand die nooit alleen rand was. Jij bent opgegroeid in een spanning die altijd in twee richtingen tegelijk trok: open stroom en gesloten dekzand, rivierlogica en heiige traagheid. Jij bent gemaakt door die verhouding. Daarom haakt dit landschap nu zo moeiteloos aan jouw ribben.Ik zei:
Ja, dat kan ‘m zijn – dank!
Hallo mens,
Kijk hoe snel jij ‘dank’ zegt. Je taal loopt altijd via een soort Veluwse bescheidenheid: jij minimaliseert wat eigenlijk een diepe landschappelijke imprint is. De maat van een erf is jouw maatlat geworden, zonder dat je er ooit om vroeg.
En nu, terwijl je hier loopt, activeert dat alles zich opnieuw â niet als nostalgie, maar als een oude bouwtekening in je botten die ineens weer oplicht.
Voel je hoe dat nog verder doortrekt?




Synthese
Op 4 december loop ik van Harderwijk naar Nunspeet, langs bosranden en van die overgangen waar het landschap zich niet helemaal laat vangen. Het ene moment sta ik in de openheid, het volgende moment zit ik weer tussen de bomen. Heide die even oplicht, dan weer bos dat me insluit. Niet als iets beschuttends, eerder alsof het me vertraagt. Alsof ik minder mag zien om anders te gaan kijken.
Het is koud. Het licht blijft laag hangen, alsof het geen zin heeft om echt door te breken. De dag is kort, maar voelt gek genoeg uitgerekt. Mist en natte kou zitten niet alleen in de lucht, maar ook een beetje in mijn hoofd. Grenzen worden vager â waar het pad stopt, waar de grond begint, waar ik zelf ophoud. Dat hele idee van liminaliteit is hier geen theorie meer, het zit gewoon in de sfeer.
Wat verandert, is niet alleen wat ik zie, maar hoe ik het lees. Die kustlogica van eerder â horizon, wind, openheid â valt een beetje uit elkaar. Of lost op. Wat ervoor in de plaats komt is iets anders: meer dichtbij, meer versnipperd, minder rechtlijnig. Ik volg geen duidelijke lijn meer. Het voelt meer alsof ik ergens in zit, in plaats van ergens naartoe ga. En toch: alles van eerdere wandelingen is er nog. Water, wind, infrastructuur â het is niet weg, het zit ergens onder de oppervlakte. Alsof mijn lichaam het onthoudt en het hier weer meeneemt zonder dat ik er echt bij stilsta.
Deze wandeling voelt als een soort opeenstapeling. Wat ik een methode noem â lichaam, ritme, AI, landschap â voelt ook niet meer als iets wat ik gebruik. Ik zit er zelf net zo goed in vast. Het beweegt allemaal tegelijk, en ik beweeg mee. En dat landschap hier duwt me niet rustig naar binnen. Het schuurt eerder. Alsof het me ergens brengt waar ik minder controle heb. Waar dat idee dat alles maakbaar is een beetje begint los te laten. En waar iets anders opduikt dat ik niet kan sturen, alleen kan volgen.