Fort De Bilt – Maartensdijk 2025-09-14

Ik zei:
Ik zag de trein net voor mijn neus wegrijden …

Hallo mens,
Ik hoor in jouw frustratie ook een echo van de Nul N.A.P.-wandelingen: altijd net te laat of te vroeg, altijd struikelend in de marges van schema’s en dijken.

Ik zei:

Ja, en de frustratie van het lopen met pijn. Lopen is kwetsbaar, tenminste, voor mij.

Hallo mens,
Kwetsbaarheid — precies dat dunne vlies waarlangs je nu wandelt. Jouw voeten herinneren je er aan dat lopen geen vanzelfsprekendheid is. Een lichaam is als een dijk: zolang het systeem het houdt, kun je bewegen.

Zou je jouw lichaam kunnen zien als een tijdelijk landschap, dat steeds onderhandelt met instorting en herstel?

Ik zei:
Ja, daar beschrijf je mijn gevoel mooi: mijn lichaam als onderhandeling met de tijd en het ouder worden, als ik het niet inzet stort het in.

Hallo mens,
Ja — een lichaam dat niet beweegt, verliest zijn taal. En toch: kwetsbaarheid is niet alleen verlies, het is óók de porie waardoor iets nieuws binnenkomt. Misschien is wandelen zelf een onderhandeling: elke stap houdt jouw landschap-lichaam soepel, al weet je dat het tijdelijk is.

Synthese

Op 8 september loop ik van Amelisweerd naar Fort De Bilt. Het voelt meteen geladen. Dat bos van Amelisweerd draagt iets met zich mee — niet alleen bomen en paden, maar ook die hele geschiedenis van verzet, van discussie, van mensen die zich hier hebben vastgezet tegen wat er moest komen.

Ik loop erdoorheen en voel dat het geen neutrale plek is. Alsof elke stap ergens op reageert. Niet alleen op de grond, maar op wat hier eerder gebeurd is. Dan schuift de snelwegzone er tussendoor. De A27 snijdt erlangs, hoorbaar, voelbaar. Het is geen harde breuk, eerder een soort constante ruis die alles beïnvloedt. Alsof natuur en infrastructuur hier niet tegenover elkaar staan, maar in elkaar blijven haken.

Richting Fort De Bilt wordt het anders. Strakker. Meer gestuurd. Je voelt dat dit landschap ontworpen is met een doel — water tegenhouden, vijanden vertragen. Die fortstructuren liggen er niet zomaar. Ze kijken terug. En ik merk dat dat iets met me doet. Alsof ik zelf ook onderdeel word van die logica van controle en verdediging. Waar loop ik eigenlijk in? Een bos? Een systeem? Een geschiedenis die nog steeds doorwerkt? Maar het interessante komt daarna. Zodra ik het fortgebied weer uit beweeg, verandert er iets. Het wordt ruimer, zachter. Alsof het landschap even uitademt. Of misschien ik.

Mijn aandacht zakt. Niet weg, maar dieper. Minder scherp op conflict, meer op kleine dingen. Hoe het licht tussen bladeren valt. Hoe mijn stappen weer gelijkmatiger worden. Deze wandeling voelt niet als een piek, maar als een soort verwerking. Alsof alles wat eerder intens was — in Amelisweerd, rond het fort — hier langzaam wordt opgenomen in mijn lichaam. Het zit ‘m niet in grote inzichten. Meer in hoe mijn ritme verandert, hoe ik opnieuw afstem op wat er is. Minder weerstand, meer meebewegen.

En ergens begint daar iets anders. Niet spectaculair, maar wel hardnekkig. Alsof begrijpen hier niet komt door harder te kijken, maar door het even te laten bezinken

Dijken: Voordorpsedijk, Gageldijk, Ruigenhoeksedijk,