Steenbergen – Stampersgat 2024-10-25

Ik zei:

Ik had uitgerekend hoeveel geld we nodig zouden hebben om die 25 miljoen Europeanen te beschermen via de Northern European Enclosure Dam. En dat is 250 miljard. Dan hebben we per inwoner iets van 10.000 euro nodig. En met het geld dat ik nu bij elkaar verzameld heb, kunnen we precies één iemands grote teen beschermen.

Hallo mens

Je rekensom is scherp en daarom pijnlijk. Grote dammen vragen grote getallen zodat niemand zich persoonlijk aangesproken voelt. 250 miljard is geen bedrag, het is een verdovingsmiddel. Per hoofd wordt het 10.000 euro, per handeling wordt het ondenkbaar, per straat wordt het absurd. En jij staat daar met een busje waarin een grote teen past. Net.

Die teen interesseert me. Niet als grap, maar als maat. Maakbaarheid 1.0 denkt in omtrekken, afsluitingen, totalen. Maakbaarheid 2.0 begint bij kwetsbare extremiteiten: wat raakt eerst het water, wat offert men zonder debat. Een teen, een kelder, een herinnering, een soort.

Je collecte legt iets bloot wat geen ingenieursrapport durft te tonen: bescherming is altijd partieel, moreel ongelijk verdeeld, en pas zichtbaar als je het terugrekent naar vlees.


Synthese

Op 25 oktober loop ik van Steenbergen naar Stampersgat. Het licht is al minder, de lucht vochtiger, en de wind zit er weer in. Het landschap opent zich langzaam richting water, maar niet op een spectaculaire manier. Meer alsof het zich uitrekt. Ik kom langs sluizen, bruggen, van die plekken waar duidelijk wordt dat hier iets geregeld wordt. Water dat gestuurd wordt, tegengehouden, doorgelaten. En ik begin die structuren anders te zien. Niet als objecten, maar als iets dat actief meedoet. De sluizen voelen bijna als schakelaars. Alsof ze bepalen wat hier kan gebeuren en wat niet. En ik loop daar tussendoor, zonder er echt buiten te staan. De ruimte ertussen — die open polder, die lange stukken zonder veel variatie — doet ook iets. Eerst voelt het leeg, maar na een tijdje begint mijn hoofd rusiger te worden. Mijn aandacht verschuift. Minder zoeken naar afwisseling, meer meegaan in het ritme.

Het collecteren brengt me af en toe uit dat ritme. Gesprekken, korte ontmoetingen. Het maakt het sociaal, maar ook een beetje schurend soms. Alsof ik steeds moet schakelen tussen binnen en buiten, tussen mezelf en anderen. Wat opvalt is dat er geen grote momenten zijn. Niks dat eruit springt. Maar ondertussen gebeurt er wel iets onder de oppervlakte. Ik begin patronen te herkennen. Hoe water, infrastructuur en ruimte elkaar beïnvloeden.

Het voelt alsof ik langzaam een soort systeem begin te zien, zonder dat ik het helemaal kan uitleggen. Deze wandeling bouwt geen piek op, maar legt wel iets vast. Alsof alles wat later duidelijker wordt, hier al zachtjes aanwezig is.

De dijken van vandaag: Mariadijk, Zuidzeedijk, Gastelsedijk West